MARGOOSCHRIJFT

De vlucht

     De draak vliegt over het dak op het moment dat ik me verstop onder achter een rots. Ik hijg van het rennen en probeer te kalmeren. Hij mag me niet horen. De warmte van de adem van de draak is nog steeds te voelen. Als ik buk, zie ik dat de draak vanaf het dak de andere kant op kijkt. Zijn staart zwiept gevaarlijk heen en weer over de appartementen waar ik vroeger woonde. Ik sprint achter de rots vandaan, kijk achterom om de staart te ontwijken en verdwijn het bos in. Daar volg ik het oude spoor van dennenappels die door anderen zijn achtergelaten. Het kamp zou op drie dagen lopen zijn. Vergeleken met de rest van mijn reis valt dat wel mee. Ik kan niet wachten tot ik weer mensen om me heen heb. Een kampvuur met muziek, kaartspelletjes, en natuurlijk een hapje en een drankje. In de verte hoor ik mensen schreeuwen, de draak is vast omgedraaid om te zien of er nog iets in de appartementen te halen is. Als het begint te schemeren begin ik met het verzamelen van takken met bladeren. Ik verlaat het pad met de dennenappels en zoek een verlaten plekje om beschutting te zoeken voor de nacht. Op die manier hoop ik dat eventuele reizigers mij niet direct zullen vinden. De oude boom die ik heb uitgekozen is perfect. De takken passen er precies tegenaan, zodat zelfs regen me vannacht niet zal storen. In het donker eet ik een mueslireep en een appel. Over drie dagen eindelijk weer een fatsoenlijke maaltijd. Ik word wakker van een flits. Geroezemoes, zaklampen op me gericht. Ik knijp mijn ogen dicht.

     ‘Is dat de verrader? Heeft hij de draak boos gemaakt?’

     ‘Wat zou hij anders in het bos doen? Het is veel te gevaarlijk.’

     ‘Blijf vooral met die lampen in mijn gezicht schijnen. Ik zie helemaal niets. Lag rustig te slapen.’ Ik sta rustig op en begin mijn spullen bij elkaar te rapen. ‘En wie zijn jullie? Zomaar iemand op doorreis wakker maken.’

     ‘Wij komen uit het dorp waar de draak woont. Normaal is er niks aan de hand en wonen we vredig naast elkaar. Maar vanochtend werden we wreed wakker geschud door de draak. Hij is razend en alles staat in vlammen.’

     ‘Draak? Je maakt een grapje toch, draken zijn al jaren geleden uitgeroeid.’ Ik draai me om en kijk de dorpsbewoners verbaasd aan, in de hoop dat ze me geloven.

     ‘Ik zei toch dat we hem met rust moesten laten. Hij weet van niks en nu verliezen we allemaal tijd!’

     ‘Vergeef ons. We hebben ons vergist en moeten verder. We zullen verdwijnen en je verder laten slapen.’ Ik kijk ze aan en begin de mompelen,’ slapen, alsof ik nu nog kan slapen met al die felle lampen en verhalen over draken.’ Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat ze verder trekken. Ze stampen de dennenappels van het pad plat zonder door te hebben dat ze door hebben dat deze dennenappels leiden naar de enige uitweg. Met de boomstam in mijn rug val ik uiteindelijk toch nog een paar uur in slaap.

     Normaal gesproken word ik altijd gewekt door de vogels, maar die zijn door de draak allemaal al gevlucht. Waarschijnlijk ga ik die pas weer zien als ik bij het kamp aankom. Na een klein ontbijtje, pak ik mijn spullen weer bij elkaar en ga op zoek naar het pad met de dennenappels. Hier en daar liggen wat vertrapte stukken, maar gelukkig heb ik het al gauw gevonden en kan weer op weg. Na drie dagen lopen, begint het bos eindelijk meer open te worden. Ik ben al verschillende open plekken gepasseerd en verwacht vandaag bij het kamp aan te komen. De dennenappels beginnen ook al wat te verteren, dus heel lang zal de route niet meer te vinden zijn. Ineens zie ik in de verte een fel blauw doek. Een vlag? Ik tuur ernaar en probeer te luisteren of ik stemmen hoor. Stilte. Alleen het wapperen van de wind door het doek. Voorzichtig loop ik door, de dennenappels laat ik achter me. Wat ik dan zie, had ik nooit verwacht. Het kamp is helemaal verlaten! Op de wapperende vlag na, is er geen beweging. Geen enkel leven. Etensresten staan nog op tafel, halfvolle wijnglazen en ik zie nog vuurtjes smeulen. Overal voetstappen die door de modder een spoor vormen naar de andere kant van het kamp. Zit ik wel goed? Uitgeput ga ik op een bankje zitten en neem een slok van de wijn. Zelfs het vlees is nog niet helemaal afgekoeld. Wat is hier gebeurd?

2019

Ik wil dit ook!

Wil jij ook drie random woorden insturen of andere korte verhaaltjes ontvangen? Klik op de smiley voor de mogelijkheden.

ShortStoryMonday

De week beginnen met een kort verhaaltje? Dat kan! Klik op de smiley, meld je aan en ontvang voor € 5,00 per maand elke maandagochtend een nog niet geplaatst kort verhaaltje in je mailbox. Ook leuk om cadeau te geven!

Up to date blijven

Maandelijks up to date blijven van de nieuwtjes, nieuwe verhalen, status van het boek en meer? Meld je aan voor de nieuwsbrief door 'up to date blijven' te mailen naar hello@margoo-schrijft.nl.